Blog Guido: “Mensen kunnen nog een hoop leren van dieren”

Hij heet Toska, is het hondje van mijn vriendin Patricia en haar jongens Levi en Abel. Een Lhasa Apso, eigenlijk helemaal niet ‘mijn type’. Ik ben meer van de boxers, stoer, nieuwsgierig van aard, een vrolijk karakter en een gezinshond bij uitstek. Boxers spelen en ravotten graag, zijn van nature bijzonder actief en zijn echte kindervrienden.

Het is alweer drie jaar geleden dat Sammy, mijn laatste boxer, insliep. Zij maakte vanaf de eerste dag als vanzelf een onderscheid tussen onze gehandicapte dochter Brigitte en de andere kinderen. Als Sammy met Roger of Suzanne speelde, was zij een enorme wildebras die van geen ophouden wist. Maar tegen Brigitte was ze altijd rustig en lief.

Sammy wist precies wanneer Brigitte thuiskwam. Als het busje dat haar vanuit het dagverblijf hierheen bracht nog twee straten ver was, stond de hond al op en ging voor het raam zitten kijken. Als Brigitte daarna met haar rolstoel naar binnen kwam, sprong zij er enthousiast omheen. Maar als Brigitte vervolgens op de bank zat, kwam Sammy voorzichtig dichterbij, drukte haar snuit tegen de buik van Brigitte en gaf heel voorzichtig een pootje. Zo was het ook met de speeltjes van het beest. Helemaal gek werd ze als je daarmee bezig was. Maar viel het speeltje per ongeluk bij Brigitte op schoot, dan was de hond opeens rustig en pakte hij het héél voorzichtig bij haar weg. Brigitte lag dan in een deuk.

Sammy was indertijd niet het enige contact met dieren voor Brigitte. Op het dagverblijf hoorden we over ‘de Boldermanege’, waar geestelijk en lichamelijk gehandicapten konden paardrijden. Ons werd verteld dat het een geweldig gevoel van eigenwaarde oplevert als gehandicapten, eventueel met hulp, ‘zelfstandig’ kunnen paardrijden. Dus gingen we het maar eens proberen. Het werkte meteen. Brigitte zat trots en stoer, samen met een begeleidster, op het paard en straalde.

Op die Boldermanege kwamen we ook Syl tegen. Ze was ietsje ouder dan Brigitte. Haar moeder was overleden aan kanker, haar vader kon de zorg alleen niet meer aan. Daarom woonde ze in een verzorgingshuis voor gehandicapten. Ze kon meer dan Brigitte, maar misschien was dat juist het probleem. Syl had een computer op haar rolstoel. En al was ze ook spastisch, ze kon wel, al was het heel moeizaam, op knopjes drukken. Daarmee kon ze aangeven of ze honger of dorst had, of moest worden verschoond. Maar als ze niet op een knopje drukte dacht men dat er niets aan de hand was. Daardoor werd ze teveel aan haar lot overgelaten. Het computertje op haar rolstoel kon dus ook tegen haar werken.

Syl was in principe net als Brigitte een vrolijke, goedlachse meid. Als je haar tenminste aandacht gaf. Die kreeg ze op de Boldermanege. Behalve van de chauffeur van haar taxibusje. Hij was een eind in de twintig, zag er goed verzorgd uit en bleef vooral op de achtergrond. Het leek wel alsof hij ‘een vracht’ kwam afleveren en ophalen. Als hij moest wachten tot Syl klaar was met paardrijden, ging hij in de kantine zitten en bladerde wat in tijdschriften.

Ik maakte dat wekenlang elke donderdagavond op die manier mee en hoorde en zag hem nooit ook maar iets tegen Syl zeggen. Uiteindelijk besloot ik op hem af te stappen en stelde me voor. Ik vroeg hem hoe het met Syl ging. Hij haalde zijn schouders op en zei dat hij alleen maar chauffeur was. Van gehandicapten wist hij niets en met Syl kon je toch geen contact hebben. Ik waagde dat te betwijfelen.

“Ze is niet zo vrolijk als jouw kind”, zei de chauffeur. “Syl zit alleen maar in mijn busje met het hoofd naar beneden en zegt niets.” “Mijn kind kan ook niet praten”, zei ik serieus. “Daarom praat ik tegen haar. Vaak zing ik zelfs voor haar op weg naar het paardrijden. En ik weet, ik zie en ik voel dat ze dan geniet.”  Ik wees naar het grote raam. Aan de andere kant, in de bak, kwam Syl voorbij. Rechtop zittend op haar paard. Een vrijwilligster zat achter haar en een andere vrijwilligster liep mee. Ik zwaaide, Syl zag het en glunderde. Toen ze tien minuten later van het paard werd getild en in haar rolstoel werd gezet, genoot ze nog na toen ik haar vroeg hoe het was. De chauffeur stond erbij en keek ernaar. Even later, toen hij Syl zijn busje inreed, zag ik hoe ze haar hoofdje liet hangen en in zichzelf gekeerd raakte.

Het lukte niet meteen, het duurde nog een keertje of drie, maar toen kwam er toch dat moment dat ook de chauffeur aan haar vroeg of ze het naar haar zin had. Syl keek hem aan en lachte. Weer een paar weken later was de chauffeur helemaal los. “Hey Syl, we gaan lekker paardrijden. Hey Syl, hoe was het, heb je genoten?”  De chauffeur ging meer en meer meeleven. Hij bleef ook kijken tijdens het paardrijden. Syl was opeens geen vracht meer, maar een mens, een heel mooi mens zelfs.

Het klinkt allemaal zo simpel, maar ik merk het ook vaak bij mensen die kennismaken met Brigitte. Voor sommigen is dat eng. Daar zit iemand in een rolstoel die niet kan praten, die er anders uitziet, die kwijlt. Sommigen schrikken, anderen willen er niet mee worden geconfronteerd. Maar de meesten merken uiteindelijk dat het een enorme verrijking kan zijn als je je openstelt voor dit soort mensen. Dat er kleine wondertjes kunnen gebeuren als je contact met ze probeert te maken. Al is het maar de warme liefde die je dan tegemoetkomt, of die prachtige glimlach.

Ik weet niet hoe het werkt, ik ben geen specialist en bovendien heb ik geen verstand van paarden. Maar ik weet wel dat paarden mooie dingen kunnen doen met gehandicapten. Dat ze, als ze zo iemand op hun rug dragen, op de een of andere manier contact met ze maken. En ik ben er elke keer weer over verbaasd hoe de paarden zich aanpassen, hoe voorzichtig ze zijn.

Hetzelfde zag ik bij Sammy. Hij was een echt maatje voor Brigitte en we missen hem nog elke dag. Ook daarom was het even wennen toen bleek dat mijn vriendin zo’n kleine Lhasa Apso had. Maar al is Toska van een heel ander ras, al heeft hij een totaal ander karakter, ook hij toont vanaf dag één als vanzelf een vertederende zachtheid en aanhankelijkheid naar Brigitte.

De paarden op de manege en de honden thuis kunnen Brigitte niet vanuit hun verstand benaderen. Die doen dat vanuit hun gevoel. De chauffeur van Syl deed dat tenslotte ook en het was mooi om te zien wat er toen tussen die twee gebeurde. Mensen kunnen nog een hoop leren van dieren. Zeker als het gaat om contact maken met gehandicapten. Dieren doen gewoon. Mensen moeten vaak eerst over een drempel heen stappen. Ook daarom staat er op onze poster van Nederland Onbeperkt de zin: “Zie haar vrolijke lach en stralende ogen en benader haar met datzelfde enthousiasme.”

Guido Bindels (60, panellid Nederland Onbeperkt), is journalist en auteur, maar bovenal vader van Brigitte. Over hoe het is om te leven met een kind met een meervoudige beperking schreef hij het boek ‘Brigitte’. Zie www.guidobindels.nl.